Select Language :

Bron: Samenleving Brussel

De gebrekkige regelgeving rond prostitutie in Brussel is altijd al een pijnpunt geweest voor de betrokken actoren. Na enkele doden vorig jaar en op aandringen van belangenverenigingen, wijdt de nieuwe Brusselse regering een sectie in het regeerakkoord ter bescherming van sekswerkers. Het collectief Utsopi is echter verre van tevreden. “De maatregelen die de regering voorstelt zijn ruimschoots onvoldoende.”

Het onderdeel over prostitutie in het akkoord van de nieuwe Brusselse regering stuit op kritiek van sekswerkerscollectief Utsopi. Het collectief stelde in mei tien punten voor in hun memorandum aan de regering om de veiligheid van sekswerkers te garanderen, maar voelt zich niet gehoord.

“We wilden betrokken worden bij de beslissingen die over ons gemaakt worden,” zegt Maxime Maes van Utsopi. “Wij kennen de problemen van sekswerkers beter dan om het even wie. We willen een statuut voor sekswerkers. Een erkenning op sociaal en juridisch vlak is broodnodig om beroep te kunnen doen op sociale en juridische bescherming. We willen de strijd aangaan met het heersende stigma. We willen gewoon beter beschermd worden.”

“Niet alleen heeft de nieuwe regering amper rekening gehouden met onze voorstellen, ze hebben ons zelfs helemaal niet gecontacteerd.”

 

Ruimschoots onvoldoende

“Van de 130 pagina’s van het akkoord, zijn er twee korte alinea’s gewijd aan deze problematiek”, voegt Maes toe. “De situatie is serieus. Het geweld kent ongelooflijke proporties. Vrouwen én mannen vrezen voor hun leven. Er zijn al doden gevallen. De maatregelen van de regering zijn ruimschoots onvoldoende.”

 

Nieuw in het Brusselse regeerakkoord is de intergemeentelijke coördinatie. Tot nu kon elke gemeente de federale wetten rond prostitutie op een andere manier interpreteren. Daardoor kon het beleid rond prostitutie in de ene straat verschillen van het beleid in de volgende straat.

“Er wordt al jaren gesproken over een samenwerking en eensgezindheid tussen gemeenten. Het is tof dat het nu eindelijk op papier staat, maar ik geloof niet dat er echt iets van zal komen.” zegt Maes. “Emir Kir, burgemeester van Sint-Joost-Ten-Node, waar de situatie het ergst is, wil zelfs niet met ons praten. Hij stelt zich al langer repressief op tegenover prostitutie.”

Naast die intergemeentelijke coördinatie wil de Brusselse regering elke persoon die onder dwang staat om zich te prostitueren, bijstaan om het prostitutiemilieu veilig te verlaten. “Daar staan wij natuurlijk ook achter. Dat was zelfs een van onze tien punten. Maar het is niet genoeg. Sekswerkers moeten niet enkel het milieu veilig kunnen verlaten, maar er ook veilig in kunnen werken. Het hele systeem moet fundamenteel veranderen. En dat gaat niet met twee schamele alinea’s.”

De twee alinea’s:

Wat de prostitutie betreft, zal de Regering voorstellen dat een intergemeentelijke coördinatie wordt opgezet en gaat zij harmonisering brengen in de verschillende benaderingen, met respect voor de lokale eigenheid en in samenwerking met de actoren op het terrein en de omwonenden. De Regering zal een specifieke aanpak voorbehouden voor de problematiek van de prostitutie van migranten en voor een preventie- en risicobeperkingsbeleid. De Regering zal een laagdrempelig opvangcentrum opstarten om deze groep op een aangepaste wijze te ondersteunen via uitstaptrajecten, sanitaire voorlichting, sociale en juridische bijstand.

De Regering zal voor elke persoon die onder dwang staat (economisch, fraude, bedrog, kwetsbaarheid, onderwerping aan het gezag van iemand anders enz.) om zich te prostitueren voorzien in begeleiding om het prostitutiemilieu te verlaten. Dit uitstaptraject uit de prostitutie moet een vrijwillig karakter hebben en opgezet worden samen met de OCMW’s en de Brusselse veldwerkersorganisaties.