Select Language :

BRUSSEL, 22 MEI 2019 – In de aanloop naar de verkiezingen van aanstaande zondag
presenteert UTSOPI, de organisatie voor en door Belgische sekswerkers deze ochtend haar
memorandum aan pers en politici. Het document, genaamd “Eindelijk Rechten voor
Sekswerkers” klaagt voornamelijk de vele misstanden onder het huidige gedoogdbeleid aan en
doet tien voorstellen die de levens- en werkomstandigheden van sekswerkers kunnen
verbeteren.
UTSOPI bestaat sinds 2015 en is als enige in haar soort een sekswerkersbeweging voor en door
sekswerkers. Het eisenpakket van de vereniging begint dan ook niet zonder reden met het
voorstel “niet zonder ons”, een pleidooi om geen beleidsbeslissingen meer over de hoofden van
sekswerkers heen te nemen en sekswerkers te erkennen als gesprekspartner.
Precariteit
“Niets over ons zonder ons”, aldus Sonia Verstappen, oprichter en copresidente van UTSOPI,
“het is absurd dat beslissingen genomen worden met het doel ons te beschermen, zonder eerst
geluisterd te hebben naar onze noden en verwachtingen. Niemand dan sekswerkers zelf weten
beter wat zich op het terrein afspeelt. Waarom laten politici deze know-how zo vaak links
liggen?”
De organisatie bepleit bovendien een decriminalisering van sekswerk en een erkenning van het
beroep op het federale vlak. “Zonder die erkenning is namelijk geen sociale of juridische
bescherming van sekswerkers mogelijk”, aldus Sonia Verstappen, “dat heeft vaak drastische
gevolgen voor een groep waarin veel mensen al gebukt gaat onder armoede en precariteit.”
UTSOPI wil daarnaast een federaal kader voor sekswerk. In de huidige situatie mag elke
gemeente voor zichzelf bepalen hoe ze sekswerk reguleert, met het surreële gevolg dat
bijvoorbeeld aan het Brusselse Noordstation aan de ene kant van de straat andere regels gelden
dan aan de andere kant van dezelfde straat. Sekswerkers zijn op deze manier bovendien
overgeleverd aan de willekeur van elk nieuw gemeentebestuur.
De organisatie maakt tot slot ook duidelijk dat ze een duidelijke lijn trekt tussen mensenhandel
en sekswerk, alsook tussen de prostitutie van minderjarigen en betaalde seks tussen
volwassenen met toestemming. In dit kader pleit UTSOPI voor meer middelen voor
organisaties die de slachtoffers van mensenhandel bijstaan. De sekswerkersbeweging doet ook
belangrijke suggesties voor het elimineren van regels die slachtoffers doen twijfelen hulp te
gaan zoeken.
European Women’s Lobby
De afgelopen legislatuur was getekend door meevallers en tegenslagen. UTSOPI wist zich in
Brussel en Wallonië een plaats te veroveren als spreekbuis van de sekswerkersgemeenschap
tijdens publieke debatten. De organisatie heeft nu een hoofdkwartier in de BrusselseAarschotstraat. Ze werkt actief aan uitbreiding naar Vlaanderen, in het kader van een
gezondheidsproject dat ondersteund wordt door de Vlaamse overheid.
De organisatie betreurt tegelijk dat de hervorming van het Strafwetboek onder minister Geens
door de val van de regering geen kans meer maakte. Die hervorming voorzag een
decriminalisering van volwassenenporno en van de louter economische exploitatie van
sekswerk. Het was op basis van dit bewuste artikel 380, al was het ondertussen herschreven
maar nog niet door het parlement gepasseerd, dat de Franstalige Vrouwenraad erin slaagde de
constructie van het Eros Center in Seraing te laten afvoeren.
Wat dat laatste betreft, maakt UTSOPI zich voor de volgende legislatuur op voor een
belangrijke strijd. Binnen feministische organisaties en politieke partijen gaan steeds meer
stemmen op voor een totaalverbod op prostitutie via de criminalisering van de cliënt. De
invoering van dit “abolitionistische” model in Frankrijk, zo toonde onderzoek van Dokters van
de Wereld afgelopen jaar aan, leidde op twee jaar tijd tot een toename van het geweld op
sekswerkers, een toename van verkrachtingen en besmettingen.
“De European Women’s Lobby voert de druk de laatste jaren enorm op om dit model in elke
lidstaat van Europa in te voeren”, zegt Daan Bauwens, verantwoordelijk bij UTSOPI voor de
uitbreiding naar Vlaanderen, “onze boodschap aan de abolitionisten is de volgende: er zijn
inderdaad problemen in de sector. Die worden gecreëerd door de omstandigheden waarin het
werk moet plaatsvinden en niet door de aard van het werk zelf. Een verbod duwt tienduizenden
de armoede in, terwijl ze net kwetsbaarder worden voor geweld. Duidelijke rechten zijn het
antwoord, niet een verbod.” Hij voegt er voor de volledigheid aan toe dat de vrouwenbeweging
niet met één stem spreekt en UTSOPI in haar strijd op verschillende feministische partners kan
rekenen.