In dit land worden sekswerkers gedoogd zolang de buren niet klagen

Bron: MAGALY RODRÍGUEZ GARCÍA

Het heeft geen enkele zin om prostitutie te verbieden. Of dacht je dat al die sekswerkers dan vanzelf een gewone job vinden?’

Historica Magaly Rodríguez García over transvrouwen die hun lichaam verkopen, vrouwelijke sekstoeristen en het verdriet dat ze deelt met een Turkse straatveger. Door ANN PEUTEMAN, foto’s HATIM KAGHAT (Knack 13/12/2017)

Het oudste beroep ter wereld? Dat is een misvatting’, zegt historica Magaly Rodríguez García (KU Leuven). ‘We hebben lang gedacht dat een van de woorden op lijsten met beroepen uit 2400 voor Christus “prostituee” betekende. Maar ondertussen is gebleken dat daarmee alleenstaande vrouwen werden bedoeld. Een beetje kort door de bocht om daar meteen sekswerkers van te maken, niet?’ Het is niet voor het eerst dat Rodríguez García zo’n hardnekkige mythe over prostitutie moet weerleggen. Doordat ze zowat de enige geschiedkundige is die zich in Vlaanderen in dat onderwerp verdiept, wordt ze geregeld geconsulteerd door media allerhande. Zeker als er ergens een stadsbestuur met een nieuwe strategie komt aanzetten om de plaatselijke seksindustrie aan banden te leggen. Een eerder interview in Knack viel presentator Erik Van Looy zelfs zozeer op dat hij haar prompt uitnodigde om in De slimste mens ter wereld te kandideren. Maar het échte hoogtepunt van 2017 was voor Rodríguez García de publicatie van het vuistdikke boek Selling Sex in the City, een internationale geschiedenis van prostitutie die ze samen met collega’s van over de hele wereld schreef. ‘Marginaliseringsprocessen fascineren me’, zegt ze. ‘En dat is precies wat er tot op vandaag met prostitués gebeurt: we duwen hen naar de rand van de samenleving.’

MAGALY RODRÍGUEZ GARCÍA: ‘Onderschat niet hoeveel verdoken homoseksualiteit er nog is. Dat is toch wat ik van transgenders hoor.’

Hoe begin je aan historisch onderzoek over een onderwerp dat van oudsher wordt doodgezwegen?

MAGALY RODRÍGUEZ GARCÍA: Veel informatie heb ik kunnen halen uit een studie die de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw liet uitvoeren. De aanleiding waren geruchten dat er in bordelen blanke slavinnen werden ingezet. De media sprongen op de zaak, er ontstond morele paniek, en op den duur kon niemand nog feit van fictie onderscheiden. Dus huurde de Volkenbond undercoveragenten in die als pooier in prostitutiemilieus infiltreerden. Van New York, Caïro en Buenos Aires tot Brussel en Antwerpen.

En was er inderdaad sprake van handel in blanke slavinnen?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Daar vonden de agenten geen bewijzen voor. Veel vrouwen getuigden dat ze bewust voor de prostitutie hadden gekozen. Maar daar liet de Volkenbond zich niet door weerhouden: de resultaten werden zo gemanipuleerd dat ze toch het bestaan van mensenhandel leken te bewijzen. Dat gaf de lidstaten een stevig argument om prostitutie aan banden te leggen. Vandaag zijn er politici die nog dezelfde strategie gebruiken: ze gooien mensenhandel en sekswerk op één hoop om wetten gestemd te krijgen die prostitutie de facto verbieden. Onder meer in Zweden en Frankrijk is het bezoek aan een prostitué strafbaar geworden. De redenering is dat elke sekswerker tot prostitutie wordt gedwongen: is het niet met een pistool tegen het hoofd dan wel onder economische druk.

U kunt toch niet ontkennen dat sommige sekswerkers hun job niet uit vrije wil doen?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Net als in de landbouw, de horeca en de bouwsector is mensenhandel ook in de prostitutie een probleem. Daar moet vanzelfsprekend tegen worden opgetreden. Maar er zijn ook veel mensen voor wie het een logische keuze is om in de prostitutie te stappen – waarmee ik niet wil zeggen dat ik dat altijd een goede keuze vind.

U vindt dat lógisch? RODRÍGUEZ GARCÍA: Welja. Vroeger hadden de meeste vrouwen alleen toegang tot de slechtst betaalde regionen van de arbeidsmarkt, en de kans was aanzienlijk dat ze ook nog werden misbruikt. Denk maar aan fabrieksarbeidsters of dienstmeisjes die door hun patron werden verkracht. Toch niet zo vreemd dat sommigen de voorkeur gaven aan prostitutie, waarmee ze veel meer konden verdienen? Ook vandaag hebben de meeste mensen die in de seksindustrie werken weinig alternatieven op de reguliere arbeidsmarkt. Voor sommigen, vooral alleenstaande moeders, speelt ook mee dat ze dan de vrijheid hebben om te werken wanneer het hen uitkomt.

Bestaat de grote meerderheid van de sekswerkers nog altijd uit vrouwen?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Tegenwoordig werken er ook veel mannen en transgenders in de prostitutie, maar niemand weet bij benadering hoeveel. In elk geval zijn veel van de raam- en straatprostitués in sommige wijken transgenders in verschillende stadia van transitie. Sommigen hebben bijvoorbeeld al borsten, maar ook nog een penis. Die mensen zien vaak geen andere uitweg. De trans – genders die we vandaag weleens in de media zien verschijnen, zijn hoogop – geleide, mondige mensen die door hun omgeving worden aanvaard. Maar veel anderen hebben niet zo veel geluk. Transgenders uit kwetsbare groepen, zoals kansarmen, laag opgeleiden of mensen zonder verblijfsvergunning, krijgen het zwaar te verduren als ze zo’n transitieproces doormaken. Vandaar dat een deel van hen in de prostitutie terechtkomt.

En hun klanten weten dat sommigen nog niet helemaal vrouw zijn?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Tuurlijk. Veel van die klanten zijn getrouwde vaders die bewust kiezen voor een prostitué die in transitie is. Onderschat niet hoeveel verdoken homoseksualiteit er nog is. Dat is toch wat ik van transgenders hoor, want echt onderzoek is daar nog niet naar gedaan. Net zoals we maar heel weinig weten over mannelijke seks – werkers. Mannelijke prostitutie heeft altijd al op veel grotere schaal bestaan dan we tot voor kort aannamen. Maar hoe wijdverspreid het was en is, daar hebben we het gissen naar.

Hoe komt dat?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Door de eeuwen heen is er altijd meer controle geweest op het seksuele gedrag van vrouwen, en daardoor is dat ook meer gedocumenteerd. Mannen konden meestal ongezien hun gang gaan. Wel weten we dat er onder meer in literaire salons in de negentiende eeuw veel homoseksuele activiteit en prostitutie bestond. De politie liet die mannen ongemoeid. Omdat ze daar minder overlast veroorzaakten, maar ook omdat ze tot de elite behoorden. Doorgaans waren het rijke mannen die gebruikmaakten van jongens uit lagere sociale klassen. In veel gevallen was de grens tussen vriendschap met voordelen en prostitutie ook niet duidelijk. En dat is vandaag nog zo. Een man die zijn minnares met dure etentjes en cadeaus overlaadt, tolereren we meestal wel. Ook al zou je dat als een vorm van betaling kunnen beschouwen. Pas als er echt een financiële transactie bij komt kijken, steigert de samenleving.

In België is prostitutie toch helemaal niet verboden?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Nee, maar er reclame voor maken, pooierschap en uitbuiting van sekswerkers zijn wel strafbare feiten. In de praktijk is er op veel plaatsen een gedoogbeleid. In het Antwerpse Schipperskwartier, het Gentse Glazen Straatje en langs de Chaussées d’Amour overal in het land wordt raamprostitutie getolereerd. Officieel bestaan die sekswerkers vandaag niet: ze hebben geen statuut en geen enkele vorm van bescherming. Maar zolang de buren niet klagen, blijft de overheid de andere kant opkijken. Staat er een lobbygroep op van buurtbewoners die zich aan de sekswerkers storen, dan schieten lokale besturen plots in actie. Dat is wat er vandaag in Brussel gebeurt, waar burgemeester Philippe Close (PS) heeft aangekondigd dat hij de prostitutie wil uitroeien.

Vanuit zijn standpunt gezien is dat toch niet zo’n vreemde reactie?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Ik begrijp dat prostitutie niet past binnen de marketingstrategie van de stad. Bovendien klagen nogal wat bewoners van de Alhambrawijk over overlast, zoals dronken klanten, lawaai en gebruikte condooms die op straat worden gegooid. Maar als de burgemeester denkt dat hij een eind kan maken aan sekswerk, vergist hij zich. Onder meer in Londen heeft men dat al geprobeerd. Tien jaar geleden was de omgeving van station Kings Cross daar een absolute ramp: het liep er vol prostitués, junkies en maffiosi. Tot er een nieuwe burgemeester aantrad die beloofde dat hij de buurt zou opkuisen. Dat is hem ook gelukt: vandaag is Kings Cross een aantrekkelijke wijk met hippe cafés. Maar waar denkt u dat al die prostitués en junkies gebleven zijn? Die hebben echt niet met z’n allen een gewone job gevonden. Nee, zij werden nog verder over de rand van de samenleving geduwd. Ze zijn er nog wel, maar we zien ze niet meer.

Andere Brusselse politici, zoals staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V), pleiten voor een mega – bordeel waar alle Brusselse seks – werkers zouden worden samengebracht.

RODRÍGUEZ GARCÍA: Het siert Debaets dat ze oog heeft voor het welzijn van de prostitués, maar een echte oplossing is dat niet. Waar zouden ze zo’n mega – bordeel bouwen? Eerder ergens in Haren of Neder-Over-Heembeek dan in het centrum van de stad, wellicht. Geen enkele prostitué die in zo’n getto wil werken. Dat is wat bij zulke plannen altijd weer wordt vergeten: de betrokkenen zelf naar hun mening vragen.

Antwerpen is er toch in geslaagd om de sekswerkers samen te brengen in het megabordeel Villa Tinto?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Ja, maar daar is jarenlang overleg aan voorafgegaan waarbij alle betrokkenen aanschoven: sociale organisaties, buurtbewoners, politie, mensen die in de buurt wilden investeren en ambtenaren. Uiteindelijk is afgesproken dat de prostitutie tot een paar straten zou worden beperkt en dat daar zowel een politiekantoor als een gezondheidscentrum zou komen. Zo’n breed overleg is een absolute voorwaarde om prostitutie een plaats in de stad te geven.

Op zich is zo’n megabordeel dus wel degelijk een goede zaak?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Voor één segment van de sekswerkers wel. Maar veel anderen kunnen of willen er niet werken. Mensen die illegaal in het land zijn, hebben de noodzakelijke papieren bijvoorbeeld niet. Bovendien kan lang niet iedereen het zich veroorloven om zo’n raam te huren. Heel wat prostitués willen zich er ook niet vestigen omdat er te veel controle is. En laten we vooral niet vergeten dat raamprostitutie maar een fractie van de seksindustrie uitmaakt. Veel vaker worden contacten gelegd via telefoon of internet en vindt de afspraak plaats in het appartement van de sekswerker.

Daar houdt het beleid zich al helemaal niet mee bezig, want die vorm van prostitutie stoort het publiek niet.

Wat zou de overheid volgens u dan moeten doen?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Zich beter over de sector informeren en naar de betrokkenen zelf luisteren. Maar dat zie ik niet zo snel gebeuren, want geen enkele politicus heeft zin om zich daaraan te verbranden. Prostitutie is in wezen een ethisch dossier, net zoals euthanasie en abortus. Politici zijn bang dat ze er stemmen door zullen verliezen. Heel jammer, want voor sekswerkers zou het een hele stap vooruit zijn als hun werk gedecriminaliseerd zou worden. Hoe meer prostitutie wordt bestraft, hoe minder beschermd zij zijn. Kijk wat er vandaag in de Alhambrawijk in Brussel gebeurt: veel klanten blijven er weg omdat ze een GAS-boete riskeren als ze een prostitué aanspreken. De kans bestaat dat alleen de echt brute, vaak gevaarlijke klanten op den duur zullen overblijven.

Zijn de meeste klanten nog altijd mannen?

RODRÍGUEZ GARCÍA: We hebben weet van vrouwelijke sekstoeristen, die naar de Dominicaanse Republiek of een Aziatisch land reizen om seks te hebben met heel jonge jongens. Soms zelfs op het randje van de legaliteit. Naar vrouwen die in België een beroep op sekswerkers doen, is bij mijn weten nog geen onderzoek gebeurd. Dat zou wel heel interessant kunnen zijn. Zeker in Brussel, waar veel welstellende, alleenstaande vrouwen wonen die voor een internationale instelling werken. Al zullen vrouwen niet makkelijk toegeven dat ze een beroep doen op een sekswerker. Vrouwen die een ietwat promiscue leven leiden, worden in onze samenleving nog altijd sneller veroordeeld.

Geldt dat ook voor de prostitués zelf?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Vrouwelijke en mannelijke sekswerkers worden zeker anders bekeken. In de media, films of boeken worden die vrouwen altijd weer opgevoerd als laagopgeleide, kwetsbare, marginale wezens. De mannen daarentegen zijn stoer en ondernemend, zoals in de serie Callboys. Ook op basis van huidskleur en afkomst wordt er een onderscheid gemaakt. Herinnert u zich de heisa over RichMeetBeautiful, de datingsite die studentes aan rijke sugar daddies koppelt? Dezelfde Bianca Debaets die zo progressief was om te pleiten voor een megabordeel in Brussel, was plots helemaal gechoqueerd: stel je voor dat ‘onze’ studentes tot prostitutie zouden worden aangezet! Maar wat is in wezen het verschil tussen een Albanese jonge vrouw die ergens in Brussel achter een raam zit en een Vlaams meisje dat zich prostitueert?

Over seksualiteit en alles wat daarmee samenhangt, was er het afgelopen jaar wel vaker ophef. Was u opgezet met de actie #MeToo, waarbij honderden vrouwen hun ervaringen met grensoverschrijdende mannen uit de doeken deden?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Dat zo veel vrouwen duidelijk hebben gemaakt dat ze zulk gedrag niet langer tolereren, is natuurlijk positief. Ik hoop dat het ook bij mannen een bewustwordingsproces in gang heeft gezet. Tegelijkertijd maak ik me zorgen dat de slinger te ver zal doorslaan, waardoor veel vrouwen en mannen niets meer zullen durven. Er ligt tegenwoordig ook erg veel nadruk op subjectieve ervaringen. Als we ervan uitgaan dat gedrag grensoverschrijdend is zodra het de ander stoort, is het haast onmogelijk om het op een objectieve manier te meten.

Herkent u zich in al die getuigenissen over grensoverschrijdend gedrag?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Eigenlijk niet. Hier in België ben ik nog nooit lastiggevallen. Wel in Ecuador, waar ik ben geboren en opgegroeid. Dat is zo’n machomaatschappij! Als ik daar de bus nam, waren er vaak mannen die hun handen niet konden thuishouden. Maar dat is nog niets vergeleken met het fysieke geweld en de verkrachtingen die in verschillende Latijns-Amerikaanse regio’s voorkomen. Het is geen toeval dat er in Latijns-Amerika jaren geleden al acties werden opgezet die vergelijkbaar zijn met #MeToo. Ondertussen is er al heel wat vooruitgang geboekt, maar de meeste landen daar doen het nog altijd slechter dan België.

Vindt u het eigenlijk vervelend dat in elk interview of mediaoptreden naar uw migratieachtergrond wordt verwezen?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Helemaal niet. Ik ben een migrant en dat wil ik zeker niet wegstoppen. Al is het maar uit solidariteit met de rest van de migrantengemeenschap.

Voelt u zich dan verwant met allochtonen van bijvoorbeeld Turkse of Marokkaanse origine?

RODRÍGUEZ GARCÍA: Absoluut. Niet met degenen die hier zijn geboren, natuurlijk, want dat zijn Belgen en geen migranten. Maar wel met mensen die op een bepaald moment in hun leven naar België zijn gekomen. Allemaal hebben we ons land, onze familie en onze gewoontes achtergelaten. Dat dragen we onvermijdelijk met ons mee. Mensen denken dat het almaar gemakkelijker wordt om in een ander land te leven, maar dat is niet zo. Natuurlijk leer je de taal beter spreken, wen je aan het koude weer en zelfs aan het eten dat nooit gekruid genoeg is. Maar ondertussen moet je ook steeds meer afscheid nemen van je vaderland. Hoe langer ik hier ben, hoe groter de kans dat ik hier ook zal sterven. Terwijl mijn familieleden in Ecuador blijven, en ik er niet zal zijn als zij ziek worden. Dat is trouwens al gebeurd: ik was niet bij mijn vader toen hij overleed. Heel moeilijk. Dat is de reden waarom ik me verwant voel met een Turkse straatveger die op zijn zestiende naar België is gekomen: wij delen een pijn die jullie niet kennen.

Terwijl u wel veel beter aanvaard wordt dan de doorsnee-immigrant.

RODRÍGUEZ GARCÍA: Dat besef ik. Ik ben goed geïntegreerd, heb een luxejob en word gerespecteerd. Wat ook helpt, is dat ik uit een land met een christelijke traditie kom en niet uit de moslimwereld. Dan word je in de hele westerse wereld veel gemakkelijker aanvaard. Toch hoop ik dat ik voor jonge mensen in SintJans-Molenbeek, waar ik woon, een rolmodel kan zijn. Misschien geeft het hun hoop dat een vrouw die hier niet is geboren en de taal pas later heeft geleerd, desondanks iets heeft weten te bereiken. Het frustrerende is natuurlijk dat de meesten van die jongeren wél in België zijn geboren. Van mij vergeten mensen vaak dat ik migrant ben, terwijl die gasten keer op keer aan de migratie – achtergrond van hun ouders of groot – ouders worden herinnerd. Geen wonder dat sommigen zo kwaad worden dat ze domme dingen beginnen te doen. Ik keur hun manier van protesteren niet goed, maar ik kan het wel begrijpen. Wat moeten zij doen om eindelijk als Belg beschouwd te worden? Wát? Door die weigering om hen als Belg te erkennen, marginaliseren we hen. Ook hén duwen we naar de rand van de samenleving.